Welkom!

Schrijven vanuit het hart. Ongefilterd en eerlijk. Dat is wat ik graag doe. In Zielspraak laat ik mijn ziel vrijelijk aan het woord. In Zielspreuk vang ik de essentie van wat in mij omgaat netjes in een vierkantje. Voor elk wat wils dus. En voor mij vooral een (h)eerlijke bezigheid.

Want ik ben hier graag. In deze stille ruimte van zwart en wit. Hier, waar ik tussen het huishouden door af en toe wat zielspraak voor je neerpen. Waar ik onverbloemd schrijven mag vanuit mijn hart. Over mijn leven, mijn liefde, de alledaagse lusten en lasten. Over vreugde en verdriet en de dunne lijn daartussen.

Dus wees welkom. Echt. En laat het smaken. Woord voor woord.

Liefs,

Ivy

PS: Wist je dat 3 van mijn Zielspreuken genomineerd werden voor een AMAI Award, uit meer dan 2.500 inzendingen? De AMAI is de jaarlijkse verkiezing van het beste gedicht, de beste quote en het beste account van een dichter/quoter op Instagram van het afgelopen jaar (2020). Daar ben ik dus best wel fier op. Ik won geen award, maar voel me wel een winnaar, want dit Zielspraak avontuur heeft me al zoveel gebracht.

Genomineerde quotes:

  • Annus mirabilis

    Koffiekoeken op zondag. Daar zeg ik niet nee tegen. De kinderen hebben de ontbijttafel al gedekt en mijn liefje is naar de bakker. Nog in pyjama slof ik de keuken binnen en zet ietwat slaperig de Dolce Gusto in werking. Een bakje troost smaakt altijd, en al zeker op Moederdag. Hoewel ik als meemama mezelf Vaderdag (of beter ‘Mamtidag’) toegeëigend heb, proef ik toch altijd een klein beetje mee van deze hoogdag. Een wolkje witte melk vermengt zich met het zwarte goud in mijn lievelingstas. En uit mijn Bose weerklinkt sierlijk “What a difference a day makes”. Ik kan die Dinah Washington geen ongelijk geven. Want wat is er veel veranderd sinds Moederdag vorig jaar!

    Ik kan die Dinah Washington geen ongelijk geven.Want wat is er veel veranderd sinds Moederdag vorig jaar!

    Exact een jaar geleden -dag op dag- reed ik als onwennige vrijgezel voor het eerst naar mijn toenmalige ‘Tinderdate’ (mijn god, wat een woord). We spraken elkaar voordien enkel via telefoon en Skype en op Moederdag 2020 maakten de versoepelingen het ons mogelijk om elkaar eindelijk in werkelijkheid te ontmoeten. Het was meteen goed raak én het startschot van een heel ander leven.

    Een jaar van uitersten is het geweest. Eentje waarin ik haast alles verloor (mijn vrouw, mijn kerngezin, mijn werk, mijn vader en bij vlagen ook mezelf) én weer opbouwde. Vandaag heb ik een nieuwe partner, werken we samen aan ons plusgezin, kijk ik uit naar de start in mijn nieuwe job, heb ik rust gevonden rond mijn vader en luister ik met meer aandacht en mildheid naar de stem van mijn ware zelf. Van yin naar yang dus. Zoiets. Of hoe alles in het leven steeds weer evenwicht en balans zoekt. En vindt. Zolang we maar blijven vertrouwen.

    Mijn liefje komt de keuken binnen. Ze ploft de papieren zak vol zondagse zaligheden op de keukentafel en geeft me een lieve zoen. “Ik heb nog twee kleine bloempjes mee van de markt,” zegt ze. “Voor de kindjes, om straks aan hun mama te geven, samen met hun moederdagcadeautjes.” De kinderen zijn vandaag bij mij, maar we gaan straks met z’n allen kort even langs hun mama, want Moederdag is en blijft Moederdag. Dat wil ik noch haar, noch de kinderen ontzeggen. En mijn liefje staat daar helemaal achter. Ik schuif mijn lege koffietas op het aanrecht en trakteer haar op mijn meest dankbare blik. “Jongens, komen jullie aan tafel?”

    Of hoe alles in het leven steeds weer evenwicht en balans zoekt. En vindt. Zolang we maar blijven vertrouwen.

    Terwijl ik een hap neem van mijn eerste koffiekoek -een pain au chocolat, mijn favoriet- voel ik de dankbaarheid nog in me nazinderen. Alles komt altijd goed. Dat heeft zichzelf al meermaals bewezen. Ik ben dankbaar voor de flow waarin ik mij bevind en voor het proces dat ik mag doorlopen. Met vallen en opstaan. Met een lach en een traan. Want enkel uit de modder groeit een mooie lelie. En wie de kilte van de schaduw kent, kan de warmte van de zon naar waarde schatten.

    Ja, het was een wonderlijk jaar. Een annus mirabilis. Een jaar van groei. Van verandering. Van totale ommekeer. Ik stel vast dat corona zowat de enige stabiele factor is gebleven. Corona… en de liefde. Voor mijn partner, mijn kinderen, hun mama, mijn familie en vrienden en voor mezelf. Ik vond de juiste mensen en wegen die me steeds meer naar binnen doen gaan en me dichter brengen bij mijn kern. Ik ben er nog niet, maar ik oefen. Met veel graagte. Want in onze kern ligt het hart van onze wijsheid. Onze echtheid. Onze reden van bestaan. Het is daar dat ware liefde huist. Voor de wereld, de mensen om ons heen en niet in het minst… voor onszelf.

    Alleen wie zichzelf echt graag ziet, kan de ander werkelijk toelaten. Echt verbinden. Voelen. Liefhebben. Die zelfliefde is puur en onvoorwaardelijk. Ze oordeelt niet. Stelt geen verwachtingen. Ze is. En dat is genoeg. En vanuit dat zijn ontkiemt de ware toedracht van ons bestaan. Ons waarom. Als we luisteren naar de stilte in onszelf, komen de antwoorden voorzichtig naar ons toe.

    Want enkel uit de modder groeit een mooie lelie. En wie de kilte van de schaduw kent, kan de warmte van de zon naar waarde schatten.

    Ik oefen in dat luisteren. Want hoe meer ruimte ik maak voor die stilte, hoe dichter ik bij mezelf kom. Het lukt me lang niet altijd en ik hou gedreven vol. Want het doet zo deugd. In de huwelijkscrisis waarin ik me lange tijd bevond, voerden piekeren en verlatingsangst de boventoon en gaf ik mezelf geen ademruimte meer. Tunnelvisie maakte me blind voor wat ik onder ogen moest zien en doof voor de stem van mijn hart, die smeekte om meer (zelf)liefde.

    Ik brokkelde af tot een schim van wie ik was. Lichamelijk en ook mentaal. Op die manier kon ik geen huwelijk meer redden, want roofbouw werkt niet. En toch bleef ik met man en macht vasthouden. Tot ik de moed had om los te laten. Want ook dat is liefde. Loslaten en vertrouwen dat alles is zoals het zijn moet. Dat alles een reden heeft. En dat het je brengt waar je moet zijn.

    Ik liet los. Met een klein hartje en in alle zachtheid. En al was het het meest beangstigende dat ik ooit in mijn leven deed, het was gelijk ook het meest bevrijdende. Want het bracht rust en duidelijkheid, ondanks de pijn en het verdriet. Piekeren en angst maakten plaats voor vrede en vertrouwen. Er kwam ruimte om te rouwen, voor meer creativiteit, meer speelsheid, meer… Ivy. En ook voor een nieuwe partner.

    Toen ik die ene bewuste dag het huis van mijn partner-to-be binnenstapte had ik niet kunnen denken dat we een jaar later onder hetzelfde dak zouden wonen. Je leest het goed. We wonen samen. De kogel is door de kerk en mijn adres nu ook het hare. Begin deze maand hebben we alle spullen van mijn lief in dozen gestopt, waarna een joekel van een verhuiswagen de hele inboedel zo’n 90km verderop bij mij is komen droppen.

    Er is plots zoveel meer huiselijkheid en warmte. Mijn huis zat hier echt op te wachten. En wij ook. Eindelijk een thuis. Voor ons vier.

    Ik heb er graag gewoond. In haar huis. En zij ook. Heel graag zelfs. En toch voelde het voor beiden heel juist om dat hoofdstuk af te ronden en voortaan te investeren in één thuis. We hadden vooraf al alles uitgekiend. Waar welke meubels zouden passen, hoe we alles zouden inrichten. En het blendt mooi. Haar spullen en de mijne. Er is plots zoveel meer huiselijkheid en warmte. Mijn huis zat hier echt op te wachten. En wij ook. Eindelijk een thuis. Voor ons vier. Want ook de kinderen zijn hier blij mee.

    We zijn goed bezig. Zij en ik. We blijven afstemmen en luisteren. Naar onszelf en naar elkaar. En praten. Veel praten. Dat doen we al vanaf dag een. Een jaar verder zijn we nu. En toch moet ik er vaak nog aan wennen. Aan die liefdevolle blik ’s ochtends in bed, wanneer ik mijn (prut)oogjes open. Aan die onverwachte zoentjes en knuffels. Aan de vele ‘ik zie je graag’s’ die we welwillend over en weer pingpongen. Ik blijf het als niet vanzelfsprekend beschouwen. En misschien is dat maar goed ook. “Drink jij nog even je melk op?” moedig ik mijn oudste zoon aan. “Dan kunnen we ons klaarmaken om naar mama te vertrekken.” Het wordt een mooie dag. Ik voel het.

    What a difference a day makes

    24 little hours

    Brought the sun and the flowers

    Where there used to be rain

    My yesterday was blue, dear

    Today I’m a part of you, dear

    My lonely nights are through, dear

    Since you said you were mine

    What a difference a day makes

    There’s a rainbow before me

    Skies above can’t be stormy

    Since that moment of bliss

    That thrilling kiss

    It’s heaven when you find romance

    On your menu

    What a difference a day made

    And the difference is you

    – Dinah Washington –

  • Fantoompijn

    Het is ochtend. Druipnat stap ik uit een heerlijk warme douche. Ik droog me af en bekijk mezelf in de spiegel. Ik voel dankbaarheid voor dit lichaam, want alles is er. Armen, benen, voeten, handen, billen, borsten, … Het werkt naar behoren en is tamelijk in proportie. Dat is fijn. En toch ben ik iets kwijt. Je ziet het niet, maar iets waar een groot stuk van mezelf in lag, is verdwenen. Mijn kerngezin. Iets meer dan een jaar geleden viel het uit elkaar. En de laatste maanden sluimert een fantoompijn in mij. Hij pulseert haast ritmisch door mijn zijn. Wel, niet, wel, niet, wel, niet, …

    Een nieuw samengesteld gezin is geen kerngezin. Een hard besef dat tijd vraagt om te landen. Het is opnieuw beginnen en het oude vertrouwde loslaten. Dat is niet altijd eenvoudig. Noch voor de kernmama(‘s). Noch voor de plusmama(‘s). Noch voor de kinderen. Want iedereen vertrekt vanuit een eigen referentiekader. Met eigen gewoontes, waarden, normen, verwachtingen en dromen. Nieuwe elementen worden aan elkaar genaaid tot een lappendeken dat een nieuwe dons omhult.

    “Verse lakens dus. En daar hou ik wel van. Dat kraakverse, onbeslapen gevoel, die frisse geur. Heerlijk.”

    Verse lakens dus. En daar hou ik wel van. Dat kraakverse, onbeslapen gevoel, die frisse geur. Heerlijk. Ook dit nieuwe deken is knus en warm en het bonte patroon maakt het mooi om naar te kijken. Want het nieuwe leven hoeft niet onder te doen voor het oude. Het is niet meer of minder. Gewoon anders. En tegelijk is het wennen. Voor iedereen.

    Ik gris wat kleren uit de dressing en maak mezelf toonbaar. Terwijl de haardroger zijn werk doet, dwalen mijn gedachten verder af. Een paar weken geleden genoten mijn lief en ik van een heerlijk weekendje Ardennen met z’n twee. Ons eerste uitje samen. En het deed ontzettend veel deugd. De nieuwe omgeving bracht ons beiden rust en we genoten intens van het nu, van de prachtig ondergesneeuwde natuur, van elkaar. En van het idyllisch vacuüm dat ons even onttrok uit de monotone coronacadans.

    Het zou me erg deugd doen om ook eens met mijn jongens zo’n tripje te maken. Met z’n vieren genieten van sneeuw of zon, van elkaar. Vroeger keek ik steeds reikhalzend uit naar familievakanties, naar die intense gezinsmomenten tout court. En vandaag loop ik daarin wat verloren. Want het oude gezin is weg en het nieuwe is in opbouw. Dat spookt al een tijdje door mij heen en mijn liefje voelt dat. Een niet goed thuis te brengen angstgevoel haalt me soms uit mijn slaap en de laatste weken overschaduwt de bijhorende vermoeidheid mijn levensenergie. Daar heb ik mooi genoeg van. Het moet eruit.

    De deur van de badkamer gaat open en liefdevol komt ze achter me staan: mijn partner. Ze omhelst me. Een mooi, compatibel stel lacht ons toe vanuit de spiegel. Met z’n tweetjes zijn we een evenwichtig team, mijn lief en ik. Gelijk en toch anders. Het is fijn om samen op dezelfde golflengte te surfen en die hoge golven geven heerlijke kriebels in de buik. Toch zijn de momenten waar het lichtjes schuurt misschien wel van nog grotere waarde. Ze houden ons scherp en zetten ons aan het denken. Ze doen ons kijken naar onszelf en de ander. Anders kijken. Beter kijken.

    We zijn een spiegel voor elkaar en belichten vaak elkaars schaduwkanten. Naar onszelf kijken door de bril van de ander werkt heel verhelderend en de sterke vertrouwensbasis tussen ons maakt alles bespreekbaar. Ook onze verschillen. Ze vormen de voegen tussen onze vele raakvlakken en houden het interessant en boeiend. En soms barsten die voegen al eens. Voor ons telkens aanleiding tot een mooi gesprek. Tot diepgang. Tot heling ook.

    “Doorzettingsbarsten. We moeten erdoor om verder te komen. Ze zijn een vriendelijke uitnodiging om open en eerlijk in dialoog te gaan en zo het nodige stucwerk te verrichten.”

    Doorzettingsbarsten. We moeten erdoor om verder te komen. Ze zijn een vriendelijke uitnodiging om open en eerlijk in dialoog te gaan en zo het nodige stucwerk te verrichten. Niet altijd evident. Gelukkig kunnen we terugvallen op een onontbeerlijke veilige bedding. Die vormt de stabiele bodem van waaruit alles respectvol en oprecht gedeeld kan worden. Zonder angst voor afwijzing of veroordeling. En het loont. Want heel vaak is het eindresultaat van onze werken mooier dan wat er was.

    Niet zelden wordt een oude pijn aangeraakt. Dan werkt ons gesprek als ontsmettingsmiddel voor een oude wonde. Het prikt en voelt ietwat onaangenaam, maar het werkt helend en maakt telkens weer iets in ons los dat lang verscholen lag. Verborgen achter een oude overlevingstechniek die ons toen wél en vandaag geen bescherming meer biedt. Beetje bij beetje breken we zo door onze eigen verdoken blokkades heen. En dat is goud waard.

    Samen oefenen we de kunst van het openlijk delen. Van het durven spreken en leven van onze waarheid. Van het uiten van wat belangrijk voor ons is, wat we voelen en verlangen. Wat ons bang maakt en blij. In alle openheid en vertrouwen en vanuit een grote kwetsbaarheid. Soms is dat confronterend. Vaak erg verhelderend. En altijd helend. De tranen die dan mogen stromen, zijn oude tranen die nog gehuild moesten worden, om een verdriet of pijn die niet doorleefd werd.

    Het is diepgaan en wat overblijft is ruimte. Ruimte voor nieuw perspectief. Voor onszelf. Voor de ander. Voor een gezin. Het is onszelf blootgeven. Compleet naakt gaan. Onszelf tonen met alles erop en eraan. En het lucht op. Want wat gedeeld is, is eruit en wat blijft, kan groeien naar herstel.

    “Ook bij mijn jongens waart het scheidingsspook nog rond. In hun hartjes missen ze dat veilige nestje van hun twee mama’s.”

    Zonder woorden neemt ze mijn hand en gidst me mee naar de slaapkamer. Ze slaat het deken opzij en nodigt me uit om gezellig naast haar te komen zitten. Ik volg en kijk haar diep in de ogen. “Liefje toch… Je ziet er zó moe uit. Je hebt het moeilijk, hè?” zegt ze terwijl ze zachtjes door mijn haren streelt. “Ja,” geef ik toe en verdwijn in haar armen.

    Met z’n vieren maken we veel plezier en tegelijk is het soms nog wat zoeken naar een juiste balans. Naar een soort van flow die natuurlijk aanvoelt. Waar iedereen zijn organisch plekje gevonden heeft. Waar genoeg eigen en gezamenlijke ruimte is. En waar mama, plusmama en kids elkaars perspectief vlot aanvoelen en aanvullen.

    Ook bij mijn jongens waart het scheidingsspook nog rond. In hun hartjes missen ze dat veilige nestje van hun twee mama’s. Het blijft ergens iets onwerkelijks voor hen. Alsof ze nog wachten op de dag dat alles weer zal zijn zoals vroeger. Zonder hun extra mama’s te verliezen. Dat dan ook weer niet. Zodra ze bij mij zijn, vragen ze naar hun plusmama. “Wanneer komt ze?” Met haar erbij voelt het voor mijn kinderen wellicht het meest ‘zoals vroeger’: deel uitmakend van een dynamiek van vier. Ze hebben nood aan een stabiel patroon, weet ik. Aan een basis om op terug te vallen. Net als wij.

    Want ook voor mijn lief en mezelf is er nood aan één nest. Het vele heen-en-weergerij tussen haar en mijn stek begint een beetje door te wegen en het woord samenwonen is al herhaaldelijk gevallen de laatste weken. Dat zou voor iedereen veel rust brengen, al is het daarvoor nog net iets te vroeg. De realiteit leert ons dat ‘altijd samen’ vandaag nog onvoldoende individuele ruimte laat voor ieder van ons. Zodra de tijd rijp is, zullen we van dit huis samen onze thuis maken. Het kriebelt wel al een beetje. En dat is goed.

    “Zo graag zien dat het pijn doet. Het is nieuw voor mij om dat niet langer te kunnen delen met een partner die hetzelfde voelt.”

    Vandaag is het dubbel. Wanneer ik alleen ben met mijn kinderen, krijgen mijn zoontjes meer dan ooit mijn onverdeelde aandacht en ik geniet van mijn tijd met hen. Tegelijk mis ik dan zeker ook vaak de aanwezigheid van mijn partner. En ook die van ‘een tweede mama’ om dit alles mee te delen. Echt intens genieten van mijn kinderen en de dankbaarheid voelen stromen, gewoon omdat ze bestaan. Diep vertederd zijn door een simpele blik of guitige opmerking. Zo graag zien dat het pijn doet. Het is nieuw voor mij om dat niet langer te kunnen delen met een partner die hetzelfde voelt.

    Soms voel ik me schuldig voor het rouwproces dat door mijn aderen loopt. Want hoewel we samen mooie tijden beleven, steekt dat stille verdriet af en toe plots de kop op. Daar heeft niemand schuld aan, weet ik. Het hoort er gewoon bij. En het mag er zijn van mijn liefje. Dan staat ze klaar met eindeloos begrip en mag ik even in haar armen verdwijnen. Zoals nu.

    Geborgen in haar schoot, zijn weinig woorden nodig om te vertalen wat in me leeft en ik voel me begrepen. Wat een kostbare sensatie. “Lieve schat, ook voor mij is het loskomen van verwachtingen, de controle laten vieren en mezelf helemaal overgeven aan het enige wat telt: het nu.” Haar woorden klinken zacht en liefdevol. “En in dat nu heb ik een diep vertrouwen in jou, in ons, in ons vier en in de weg die we samen afleggen. Ik heb geen fantoompijn. Ik leef voluit en daar komt pijn bij kijken. Pijn omdat verwachtingen niet ingelost worden zoals ik dat voor ogen had. Pijn omdat luchtkastelen worden doorprikt, wat me soms keihard in de realiteit doet landen. Maar geen pijn omdat iets van mezelf weg is. Want dat is niet zo. Het leven loopt zoals het lopen moet en reikt me steeds meer stukjes van mezelf aan om naar te kijken. Daar ben ik dankbaar om. En zo is het ook voor jou.” Ik beaam wat ze zegt. Want zo voel ik het ook. Helemaal.

    “Het leven loopt zoals het lopen moet en reikt me steeds meer stukjes van mezelf aan om naar te kijken.”

    Dankbaar ben ik zeker. Voor wat we delen, zij en ik. Voor dit. Voor haar. Voor haar moed. Want ook voor mijn liefje veranderde ontzettend veel. Van happy single onder de kerktoren, dromend van het cliché huisje- boompje-beestje-baby-verhaal, naar deel van een bestaand gezin aan de andere kant van het land. Dat vraagt een klik in hoofd en hart. Ook dat is afscheid nemen. Van een ander toekomstbeeld. Van een oude vertrouwde omgeving. Van een ander leven. Van idealen. Het is jezelf heruitvinden. Je plekje zoeken, jezelf opnieuw ontdekken en een nieuw avontuur omarmen. Rouwen om verloren dromen en tegelijk dankbaarheid voelen voor het moois dat is en nog zal komen.

    Plusmama. Je kan kiezen om erin te stappen, om een commitment aan te gaan, om jezelf ervoor open te stellen. Maar niet om het te zijn, om er zomaar eventjes helemaal van doordrongen te zijn. Om het ook plotsklaps allemaal te voelen. Het is in eerste instantie een rationele beslissing. Je weet vooraf totaal niet waaraan je begint. Een sprong in het onbekende.

    Traag maar zeker groeit er iets moois. Want tijd vraagt het sowieso. Tijd om een plaats in elkaars hart te veroveren. Om naar elkaar toe te groeien. Om een ander soort van liefde te doen ontstaan. Ook ik baarde zelf geen kinderen, maar ik stapte wel ooit heel bewust mee in het proces, vanaf het prille begin. Ik knipte de navelstreng tot tweemaal toe door en daarmee ook het lint dat mijn zonen liefdevol in deze wereld verwelkomde. Onvoorwaardelijk. Dat is nog heel iets anders. Alleen hun mama’s kunnen daarin hetzelfde voelen.

    “Ik knipte de navelstreng tot tweemaal toe door en daarmee ook het lint dat mijn zonen liefdevol in deze wereld verwelkomde. Onvoorwaardelijk.”

    Ik ben zo dankbaar dat de scheiding in alle zachtheid verlopen is. De liefde tussen de andere mama en haar nieuwe partner stroomt inmiddels al ruim 2,5 jaar. Ze passen mooi samen, net als mijn vriendin en ik. Het heeft me destijds heel wat tijd gekost om te beseffen dat de band tussen hen zoveel sterker was dan de liefde van mijn toenmalige vrouw voor mij. Die was er ook. Maar dan anders. Vandaar dat ik nog lange tijd in dat maatjeshuwelijk ben blijven staan. Lang genoeg om heel veel mooie inzichten te krijgen. Over mezelf, de liefde en het leven. Ook daar voel ik veel dankbaarheid voor. Vandaag heb ik een partner aan mijn zijde die mijn liefde eenduidig beantwoordt én een maatje binnen handbereik dat samen met mij mama is en blijft van twee schatten van kinderen. Ik voel me gezegend.

    “Weet je, het hoeft geen of-of verhaal te zijn, bollie.” Ze neemt mijn hoofd in haar handen. “Hoewel ik je kinderen heel graag heb, zal ik nooit hun mama zijn, want die hebben ze al. Twee zelfs. En er is niets mis mee als die twee mama’s samen met hun kinderen eens leuke dingen doen. Als het past, ben ik er graag bij en lukt dat niet, dan is dat ook helemaal ok. Het zal ons allen heel veel deugd doen.”

    BAM. Eenvoudige, juiste woorden van een heel mooi mens. Ik barst in snikken uit en huil als een kind. Niet omdat ik verdriet voel. Nee, dat is het niet. Het is een dankbaar huilen. Een verlossend huilen. Een helen. Mijn liefste legde zonet de vinger heel precies op de wonde. Ik voel een diepe, stekende pijn in mijn kern en krimp helemaal in elkaar bij elke pijnscheut. Fantoompijn stroomt weg uit mijn zijn en maakt plaats voor intense dankbaarheid. “Danku, danku, danku…” prevel ik, terwijl ik zachtjes aan weer tot rust kom. Dikke tranen lopen over mijn wangen. Ik kan mijn ogen haast niet openhouden. Mijn lichaam is uitgeput, mijn geest springlevend. Ik voel hoe mijn levensenergie opnieuw op gang komt. Hoe ze opnieuw gaat stromen. En dat doet zo deugd. Er daalt een rust over me heen, die de onrust van de laatste weken het nakijken geeft. Mijn god, wat hou ik van haar. En van het leven.

    Ik blijf nog even in haar armen liggen, daar in bed, onder ons knusse lappendeken. Genietend van het moment en met een diep vertrouwen dat alles is zoals het moet zijn.

  • Polariteit

    Het is ochtend en bijna november. Terwijl de eerste vorst van het najaar nog vasthoudt aan het gras, waakt een helderblauwe hemel al over de wijk. Zonlicht valt voorzichtig binnen door het raam en tekent mooi afgelijnde schaduwen op de muur. Een stilleven van zwart en wit vult de huiskamer. Yin en yang. Een dualiteit die ook in mij voelbaar aanwezig is. Mijn oudste kapoen wordt 9 op Halloween. Feest! Of beter: Minifeest! Want de nakende lockdown laat geen kinder- of familiefeestjes meer toe. Dan maar in onze kleine bubbel: Ballonnen! Taart! En tegelijk klinkt een soort heimwee in de stem van mijn hart.

    Krak. Een ei breekt. Zorgvuldig laat ik de kwetsbare inhoud uit de harde schaal lopen, recht in de kom. Ik bak cupcakes voor mijn jarige, als traktatie op school. Al zal ik straks voor het eerst niet aanwezig zijn op zijn minifeestje. Zijn verjaardag viert hij dit jaar immers bij zijn mama. Dat is wennen. Samen met mijn liefde heb ik morgen na school wel alvast een verrassingsfeestje voor hem voorzien. Ik kijk er enorm naar uit.

    Een tweede ei breekt. Met een geluidloze plof nestelen dooier en wit zich in het bakmeel. Op de radio klinkt een vrolijk muziekje dat me ongewild terugbrengt naar zorgeloze tijden. Ver voor corona. Toen gezinsgeluk nog gewoon behaaglijk evident kon zijn. En plots breekt er ook iets in mij. Mijn zicht wordt wazig. Tranen zoeken hun weg naar buiten. Ik schuif de kom opzij en barst in snikken uit. Zomaar, uit het niets. In de eenzaamheid van mijn keuken.

    “In mij luidt de klok het winteruur. Ik balanceer op de dunne lijn tussen het omarmen van wat is, en het eenvoudige gevoel van gemis. Polariteit in een polaire tijd.”

    Of nee, niet zomaar. Even ben ik het allemaal beu. Alles. De dualiteit die me ongevraagd achtervolgt. Van pril begin en voor altijd kwijt. Van koppel en gezin, duo en kwartet. Van tijd te veel en nooit genoeg. Van periodes in mijn element en tijden van veel te lang isolement. Van o zo weldadig en ronduit guur. Ik leef tussen gisteren en morgen. Met twee benen in het nu. Een nu dat plots kil aanvoelt en de weemoed in me aanwakkert. In mij luidt de klok het winteruur. Ik balanceer op de dunne lijn tussen het omarmen van wat is, en het eenvoudige gevoel van gemis. Polariteit in een polaire tijd.

    Een diepe onmacht borrelt in me op. Een oerkreet vult de ruimte. En nog een. Onverstaanbaar geschreeuw geeft klank aan het verdriet dat in mij leeft. Het moet eruit. Het mag eruit. Het komt eruit. Het komt van diep. Ik laat het gebeuren. In alle mildheid. Doe maar, Ivy. Doe maar kind. Huil maar. Het is oké. Onmacht en verdriet vloeien als dikke tranen over mijn wangen. Het lucht ontzettend op.

    Ik snik nog even na, wanneer ik het cakebeslag door de mixer haal. Een mix. Dat is het. Mijn leven vandaag. Een mix van vreugde en verdriet. Van afscheid en nieuw begin. Van heimwee en ongeduld. Van blijdschap en weemoed. Ze dansen samen hand in hand. Het is zoeken. Dat vooral. En niet alleen voor mij.

    “Een mix van vreugde en verdriet. Van afscheid en nieuw begin. Van heimwee en ongeduld. Van blijdschap en weemoed. Ze dansen samen hand in hand. Het is zoeken. Dat vooral. En niet alleen voor mij.”

    Ook voor de kinderen. Al doen ze het ontzettend goed, toch blijft de overgang van de ene naar de andere mama een kwetsbare zaak. Vooral mijn jongste hartje heeft het telkens moeilijk op de vooravond van de wissel. Hij wil zo graag zijn twee mama’s tegelijk kunnen knuffelen. En dat kan nu niet meer. Dan vloeit ook bij hem wel eens een traantje. Kleine druppels die telkens weer grote kringen maken in mijn weke moederhart.

    Mijn kinderen blijven verlangen naar de eenheid van hun oergezin. Ik begrijp hun kleine lijden. Nooit had ik gedacht dat mijn knaapjes vandaag net dàt moeten doorstaan, waarvoor ik hen altijd wilde behoeden. Een nomadenbestaan tussen twee moeders. Een leven in twee werelden. En alles loopt zoals het lopen moet. Er is geen weg terug.

    Ik heb een diep vertrouwen in mijn jongens. Ze kunnen dit. Ze doen het al. Vaak met een verbluffende souplesse. De nieuwe partners van hun mama’s worden met open armen onthaald. En ze genieten zichtbaar van de voordelen die de nieuwe constructie voor hen meebrengt: twee verjaardagscadeaus, twee speelkamers, twee fietsen en weldra zelfs twee sintbezoekjes. Dan fonkelen hun oogjes en zie ik ze glunderen. Oef.

    “En daar waar ‘mama worden’ op een dag zachtjes zal mogen groeien, samen met dat kleine wondertje in haar buik, is ‘plusmama worden’ heel andere koek.”

    Mijn liefde en ik zijn nu bijna een half jaar samen. En al lijkt het zoveel langer, toch vragen bepaalde aspecten van ons samenzijn ongegeneerd en hardnekkig de tijd die ze nodig hebben. De tijd die het vergt om een écht gezin te vormen bijvoorbeeld. Hoewel we aardig op weg zijn, zijn we er uiteraard nog niet. Dus is het zoeken. Ook voor haar. Want mama worden wil ze heel graag. Vanuit een diep verlangen naar een eigen kind. En daar waar ‘mama worden’ op een dag zachtjes zal mogen groeien, samen met dat kleine wondertje in haar buik, is ‘plusmama worden’ heel andere koek.

    Haar pluskinderen zijn er. Punt. Niet vanuit een diep en gedeeld verlangen. Niet gegroeid in haar buik. Niet reikhalzend naar uitgekeken. Althans niet door haar. Ze verloor haar hart aan mij en kreeg er plots twee jonge knaapjes van 6 en 9 bij. En hoewel het schatjes zijn, die haar al snel in hun hart gesloten hebben, blijven het vandaag nog vreemde eendjes in haar bijt. Eerste pamper, eerste papje, eerste tandje, eerste stapje, … Al die momenten speelden zich af zonder haar. Voor haar tijd, zoals dat heet. Dan is het niet evident om zomaar in te stappen in een gerodeerd half gezin. Laat staan om snel even een niet gecultiveerd moedergevoel te ontplooien. Dat is zoeken.

    De liefde van mijn lief voor mij is echt en oprecht. Wanneer we beiden kinderloos samen zijn, geniet ik ten volle van haar en zij van mij. Met volle teugen. Dan voel ik hoe bijzonder onze relatie is. Hoe mooi echte liefde kan zijn. Ze kiest voor mij. En ik voor haar. Elke dag opnieuw. Vanuit het hart. En ik kom als een pakketje, met twee deeltijdse kleine jongens. Dus kiest ze ook voor die mannetjes. Vandaag nog vooral vanuit het hoofd. Uit liefde voor mij. En wel met een open hart naar de jongens toe. Daar ben ik onnoemelijk dankbaar voor. Het maakt mijn liefde voor haar alleen maar groter.

    “De laatste tijd is het voor ons beiden ook een zoeken naar balans. Tussen individu zijn en mama. Tussen mama en partner. Tussen partner en individu.”

    De laatste tijd is het voor ons beiden ook een zoeken naar balans. Tussen individu zijn en mama. Tussen mama en partner. Tussen partner en individu. In de weken met de kinderen tasten we beiden onze positie af in de partner-kinder-mama-driehoek. Daar waar tussen twee ouders een soort van evidentie heerst over de liefde voor hun kroost en de onderlinge verhoudingen binnen het gezin, is in onze nieuwe samenstelling niets van dat alles vanzelfsprekend.

    Vaak loopt het verbazingwekkend vlot. Dan is er flow en kirt mijn hart van pure blijdschap. Dan gutst de dankbaarheid door mijn lijf en voel ik me gezegend. En soms loopt het wat stroef. Dan navigeer ik als een ceremoniemeester tussen mijn twee grote liefdes: mijn partner en mijn kinderen. Met een goed ontwikkeld arendsoog hou ik ongewild en wel voortdurend in de gaten of iedereen het naar de zin heeft, voldoende aandacht en ruimte krijgt, gelukkig is. De oude pleaser in mij komt dan om het hoekje kijken. En daar wil ik niet aan toegeven. Dan mis ik de warmte en de zorgeloze eenvoud van een echt gezinnetje en is een traan van stil verdriet niet ver te zoeken.

    Gelukkig is er bakken ruimte tussen ons voor dialoog, waardoor ik nooit met iets hoef te blijven zitten. En vice versa. Alles mag er zijn. Kan er zijn. Er is geen taboe. Enkel eerlijkheid en grote openheid. En eindeloos respect. Dat doet zo ontzettend veel deugd. We kunnen het heel goed vinden samen. Hoewel de stilte tussen ons vaak gemoedelijk spreekt, raken we nog steeds niet uitgepraat. Dat is heerlijk. En tegelijk moeten we ook elk onze eigen individuele ruimte bewaken. Niet omdat het niet fijn is samen, wel omdat die zuurstofinjectie onontbeerlijk is. Covid-19 brengt ons sociale leven op een absoluut dieptepunt en dan is eigen-tijd belangrijker dan ooit.

    “En tegelijk moeten we ook elk onze eigen individuele ruimte bewaken. Niet omdat het niet fijn is samen, wel omdat die zuurstofinjectie onontbeerlijk is.”

    Vandaag is mijn liefste vooral mijn partner. Op een dag zullen we een echt en hecht gezinnetje vormen. Met mijn én onze kinderen. En nu hoeft dat nog niet. Geduld is een mooie deugd. Daarom zijn we een beetje op de rem gaan staan wat het constant samenwonen betreft. Een stapje terug, in ruil voor een mooie sprong voorwaarts. In weken zonder kinderen zijn we zo veel mogelijk samen. En wanneer de kinderen bij mij zijn, zorgen we voor een mooi evenwicht tussen samen en apart. Zo kan ik onverdeeld mama zijn én partner en houden we het verlangen naar elkaar levendig in de momenten van afstand en ademruimte.

    Dat verlangen is er. Het gemis ook. En we genieten voluit van de tijd en ruimte voor onszelf. Het is goed. Het is nodig. Af en toe niet samen zijn, alleen zijn en niet eenzaam, brengt ons allen nog dichter bij elkaar. Dat voel ik nu al. Het brengt rust. Voor iedereen. De liefde stroomt nog meer dan ooit en groeit langzaam maar zeker verder. Tussen ons. En ook tussen ons vier.

    Goedgeluimd haal ik de cupcakes uit de oven. Straks, na school, gaan we ze samen versieren in halloweenthema. Met oranje dus. En veel zwart en wit. Want yin en yang zijn overal. Altijd. En dat is goed.

Lees meer…

Ben je gebeten door bewustzijn en verbinding en lees je mijn schrijfsels liever op ‘echt papier’?

Maak je dan lid van La Verna, de Gentse beweging rond bewustzijn, inspiratie en verbinding. En hup! Je krijgt hun magazine, mijn vast rubriekje incluis, driemaandelijks in je brievenbus.

Toch liever digitaal? Abonneer je onderaan deze pagina op mijn nieuwsbrief en ontvang nieuwe pennenstreken meteen in je inbox. Of nog beter: volg me op de voet via Facebook en Instagram (@Zielspraak).

Gegroet! Ik ben Ivy Pelkmans.
Gegroet! Ik ben Ivy Pelkmans.

Vrolijke dertiger met Antwerpse roots. Deeltijds Oost-Vlaming, part-time Vlaams-Brabander. Gescheiden co-mama van twee rakkertjes. Toegewijde partner. Zielspreker. Handige klusjesvrouw. Toegepast econoom met een schrijversdroom. Want ik schrijf graag en ik hou van woorden. En nog het meest van die recht uit het hart.