Annus mirabilis

Koffiekoeken op zondag. Daar zeg ik niet nee tegen. De kinderen hebben de ontbijttafel al gedekt en mijn liefje is naar de bakker. Nog in pyjama slof ik de keuken binnen en zet ietwat slaperig de Dolce Gusto in werking. Een bakje troost smaakt altijd, en al zeker op Moederdag. Hoewel ik als meemama mezelf Vaderdag (of beter ‘Mamtidag’) toegeëigend heb, proef ik toch altijd een klein beetje mee van deze hoogdag. Een wolkje witte melk vermengt zich met het zwarte goud in mijn lievelingstas. En uit mijn Bose weerklinkt sierlijk “What a difference a day makes”. Ik kan die Dinah Washington geen ongelijk geven. Want wat is er veel veranderd sinds Moederdag vorig jaar!

Ik kan die Dinah Washington geen ongelijk geven.Want wat is er veel veranderd sinds Moederdag vorig jaar!

Exact een jaar geleden -dag op dag- reed ik als onwennige vrijgezel voor het eerst naar mijn toenmalige ‘Tinderdate’ (mijn god, wat een woord). We spraken elkaar voordien enkel via telefoon en Skype en op Moederdag 2020 maakten de versoepelingen het ons mogelijk om elkaar eindelijk in werkelijkheid te ontmoeten. Het was meteen goed raak én het startschot van een heel ander leven.

Een jaar van uitersten is het geweest. Eentje waarin ik haast alles verloor (mijn vrouw, mijn kerngezin, mijn werk, mijn vader en bij vlagen ook mezelf) én weer opbouwde. Vandaag heb ik een nieuwe partner, werken we samen aan ons plusgezin, kijk ik uit naar de start in mijn nieuwe job, heb ik rust gevonden rond mijn vader en luister ik met meer aandacht en mildheid naar de stem van mijn ware zelf. Van yin naar yang dus. Zoiets. Of hoe alles in het leven steeds weer evenwicht en balans zoekt. En vindt. Zolang we maar blijven vertrouwen.

Mijn liefje komt de keuken binnen. Ze ploft de papieren zak vol zondagse zaligheden op de keukentafel en geeft me een lieve zoen. “Ik heb nog twee kleine bloempjes mee van de markt,” zegt ze. “Voor de kindjes, om straks aan hun mama te geven, samen met hun moederdagcadeautjes.” De kinderen zijn vandaag bij mij, maar we gaan straks met z’n allen kort even langs hun mama, want Moederdag is en blijft Moederdag. Dat wil ik noch haar, noch de kinderen ontzeggen. En mijn liefje staat daar helemaal achter. Ik schuif mijn lege koffietas op het aanrecht en trakteer haar op mijn meest dankbare blik. “Jongens, komen jullie aan tafel?”

Of hoe alles in het leven steeds weer evenwicht en balans zoekt. En vindt. Zolang we maar blijven vertrouwen.

Terwijl ik een hap neem van mijn eerste koffiekoek -een pain au chocolat, mijn favoriet- voel ik de dankbaarheid nog in me nazinderen. Alles komt altijd goed. Dat heeft zichzelf al meermaals bewezen. Ik ben dankbaar voor de flow waarin ik mij bevind en voor het proces dat ik mag doorlopen. Met vallen en opstaan. Met een lach en een traan. Want enkel uit de modder groeit een mooie lelie. En wie de kilte van de schaduw kent, kan de warmte van de zon naar waarde schatten.

Ja, het was een wonderlijk jaar. Een annus mirabilis. Een jaar van groei. Van verandering. Van totale ommekeer. Ik stel vast dat corona zowat de enige stabiele factor is gebleven. Corona… en de liefde. Voor mijn partner, mijn kinderen, hun mama, mijn familie en vrienden en voor mezelf. Ik vond de juiste mensen en wegen die me steeds meer naar binnen doen gaan en me dichter brengen bij mijn kern. Ik ben er nog niet, maar ik oefen. Met veel graagte. Want in onze kern ligt het hart van onze wijsheid. Onze echtheid. Onze reden van bestaan. Het is daar dat ware liefde huist. Voor de wereld, de mensen om ons heen en niet in het minst… voor onszelf.

Alleen wie zichzelf echt graag ziet, kan de ander werkelijk toelaten. Echt verbinden. Voelen. Liefhebben. Die zelfliefde is puur en onvoorwaardelijk. Ze oordeelt niet. Stelt geen verwachtingen. Ze is. En dat is genoeg. En vanuit dat zijn ontkiemt de ware toedracht van ons bestaan. Ons waarom. Als we luisteren naar de stilte in onszelf, komen de antwoorden voorzichtig naar ons toe.

Want enkel uit de modder groeit een mooie lelie. En wie de kilte van de schaduw kent, kan de warmte van de zon naar waarde schatten.

Ik oefen in dat luisteren. Want hoe meer ruimte ik maak voor die stilte, hoe dichter ik bij mezelf kom. Het lukt me lang niet altijd en ik hou gedreven vol. Want het doet zo deugd. In de huwelijkscrisis waarin ik me lange tijd bevond, voerden piekeren en verlatingsangst de boventoon en gaf ik mezelf geen ademruimte meer. Tunnelvisie maakte me blind voor wat ik onder ogen moest zien en doof voor de stem van mijn hart, die smeekte om meer (zelf)liefde.

Ik brokkelde af tot een schim van wie ik was. Lichamelijk en ook mentaal. Op die manier kon ik geen huwelijk meer redden, want roofbouw werkt niet. En toch bleef ik met man en macht vasthouden. Tot ik de moed had om los te laten. Want ook dat is liefde. Loslaten en vertrouwen dat alles is zoals het zijn moet. Dat alles een reden heeft. En dat het je brengt waar je moet zijn.

Ik liet los. Met een klein hartje en in alle zachtheid. En al was het het meest beangstigende dat ik ooit in mijn leven deed, het was gelijk ook het meest bevrijdende. Want het bracht rust en duidelijkheid, ondanks de pijn en het verdriet. Piekeren en angst maakten plaats voor vrede en vertrouwen. Er kwam ruimte om te rouwen, voor meer creativiteit, meer speelsheid, meer… Ivy. En ook voor een nieuwe partner.

Toen ik die ene bewuste dag het huis van mijn partner-to-be binnenstapte had ik niet kunnen denken dat we een jaar later onder hetzelfde dak zouden wonen. Je leest het goed. We wonen samen. De kogel is door de kerk en mijn adres nu ook het hare. Begin deze maand hebben we alle spullen van mijn lief in dozen gestopt, waarna een joekel van een verhuiswagen de hele inboedel zo’n 90km verderop bij mij is komen droppen.

Er is plots zoveel meer huiselijkheid en warmte. Mijn huis zat hier echt op te wachten. En wij ook. Eindelijk een thuis. Voor ons vier.

Ik heb er graag gewoond. In haar huis. En zij ook. Heel graag zelfs. En toch voelde het voor beiden heel juist om dat hoofdstuk af te ronden en voortaan te investeren in één thuis. We hadden vooraf al alles uitgekiend. Waar welke meubels zouden passen, hoe we alles zouden inrichten. En het blendt mooi. Haar spullen en de mijne. Er is plots zoveel meer huiselijkheid en warmte. Mijn huis zat hier echt op te wachten. En wij ook. Eindelijk een thuis. Voor ons vier. Want ook de kinderen zijn hier blij mee.

We zijn goed bezig. Zij en ik. We blijven afstemmen en luisteren. Naar onszelf en naar elkaar. En praten. Veel praten. Dat doen we al vanaf dag een. Een jaar verder zijn we nu. En toch moet ik er vaak nog aan wennen. Aan die liefdevolle blik ’s ochtends in bed, wanneer ik mijn (prut)oogjes open. Aan die onverwachte zoentjes en knuffels. Aan de vele ‘ik zie je graag’s’ die we welwillend over en weer pingpongen. Ik blijf het als niet vanzelfsprekend beschouwen. En misschien is dat maar goed ook. “Drink jij nog even je melk op?” moedig ik mijn oudste zoon aan. “Dan kunnen we ons klaarmaken om naar mama te vertrekken.” Het wordt een mooie dag. Ik voel het.

What a difference a day makes

24 little hours

Brought the sun and the flowers

Where there used to be rain

My yesterday was blue, dear

Today I’m a part of you, dear

My lonely nights are through, dear

Since you said you were mine

What a difference a day makes

There’s a rainbow before me

Skies above can’t be stormy

Since that moment of bliss

That thrilling kiss

It’s heaven when you find romance

On your menu

What a difference a day made

And the difference is you

– Dinah Washington –

1 Comment

Jouw mening telt!