Thuiskomen

Thuiskomen. Bij haar. En in mezelf.

Wat een maand kan doen in een mensenleven. We zijn 13 mei vandaag. Vier weken na het laatste schrijven van ondergetekende. Corona zwaait nog steeds de plak en domineert met evenveel toewijding ons dagelijkse reilen en zeilen. We lopen netjes in het covid-gareel. Allemaal 1,5 meter uit elkaar. Met zelfgemaakte mondmaskers in allerlei vormen en prints. De nieuwste modegril voor deze zomer. Helaas niet om mee te pronken op strand of festival.

Afstand houden. Dàt is wat ons te doen staat. En die afstand is er nu ook. Thuis. Tussen mijn vrouw en mij. Een gezonde afstand. Een vriendelijke afstand. Een nodige afstand. In alle mildheid en vriendschap. Er is duidelijkheid. Niet middels een twijfelachtige PowerPoint van Wilmès, wel dankzij heldere, klare taal. We gaan uit elkaar. Voortaan is mijn vrouw mijn ex-vrouw. Mijn maatje. En samen met mij de moeder van onze kinderen. Voor altijd.

“We lopen netjes in het covid-gareel. Allemaal 1,5 meter uit elkaar. Met zelfgemaakte mondmaskers in allerlei vormen en prints. De nieuwste modegril voor deze zomer. Helaas niet om mee te pronken op strand of festival.”

Een tijdje geleden nam ik definitief en onherroepelijk zelf die beslissing. We waren die dag welgeteld 12 jaar samen. En het leek me een mooie afsluiter. Daar waar ik 12 jaar geleden heel bewust en met veel liefde voor haar gekozen had, liet ik haar die dag even bewust en met een ander soort liefde ook echt terug los. Met die woorden zette ik een punt achter een sluimerend proces van meer dan een jaar. De cirkel is rond. Het leven gaat verder. We nemen elk een nieuwe start. Wrevel- en virusvrij.

Ik voel me meer dan ooit klaar voor een nieuw hoofdstuk. Dat voelt bevrijdend. Het creëert rust. In hoofd én hart. Het doet goed. Sinds een paar weken heb ik mezelf toegestaan om eens een kijkje te nemen in datingland. Niet om me zomaar in iets nieuws te storten. Wel om mijn blik te verruimen en eventueel leuke contacten te leggen.

Zo vond ik mijn weg naar Tinder, het beruchte swipersplatform waar een duimveeg naar links gelijk staat aan ‘tot nooit meer’ en eentje naar rechts de deur openzet voor een mogelijke kennismaking. Ja, die dating-app. Nooit gedacht dat ik als bijna-veertiger mij daar ooit nog op zou moeten begeven. En toch… Ze bracht me meer dan ik ooit had durven dromen.

“Zo vond ik mijn weg naar Tinder, het beruchte swipersplatform waar een duimveeg naar links gelijk staat aan ‘tot nooit meer’ en eentje naar rechts de deur openzet voor een mogelijke kennismaking.”

Ik heb er een heel bijzonder iemand ontmoet. Niet zomaar een vrouw. Dé vrouw. Die ene bijzondere. Dat mag zweverig klinken. Is het allerminst. Wie mij een beetje kent, weet dat ik niet van het onbezonnen type ben. Wat begon als een wederzijdse match op Tinder en een luchtig kennismakingsgesprekje via de chatbox, ontaarde al heel snel in ellenlange gesprekken via Whatsapp, telefoon en Skype. Urenlang (het record ligt op een marathon van 13u non-stop – wie doet het ons na?) praatten we -met diepgang- over de meest uiteenlopende onderwerpen.

Geen momenten van ongemakkelijke stilte. Geen zoeken naar woorden. Geen besef van tijd en ruimte. Wel een zondvloed aan raakvlakken, gezelligheid en vertrouwdheid. Vooral ook dat laatste. Alsof we elkaar al jaren kenden. Nog nooit eerder had ik het gevoel dat ik zo totaal mezelf kon zijn bij iemand. Een gevoel van gewoon genoeg zijn. En wel bij haar. Deugddoend. Prikkelend. Verrassend.

De klik was er. Dat konden we beiden voelen. Heel sterk zelfs. Dit was niet zomaar een date. Niet zomaar een treffen. Dit was meer. Dit was… voorbestemd. Een vertrouwen in wat moet zijn vervulde mijn hart. Geen greintje twijfel of angst. Geen ‘hoop’, wel een ‘dieper weten’ overviel mij. Dat zij en ik niet als bij toeval op hetzelfde pad beland waren. Daarvoor was de aantrekking té groot. De parallellen in verleden, heden en toekomst(visie) te verbluffend.

“Het klopte allemaal. Op een ding na. Covid-19 hield ons beiden in ons kot. We konden praten en Skypen zoveel we wilden. Het échte voelen en ruiken, het echte ontmoeten, kon niet. Nog niet.”

Een diep besef dat alles was zoals het moest zijn maakte zich van mij meester. Het klopte allemaal. Op een ding na. Covid-19 hield ons beiden in ons kot. We konden praten en Skypen zoveel we wilden. Het échte voelen en ruiken, het echte ontmoeten, kon niet. Nog niet. Het voedde het verlangen. Dat wel. En we hielden ons strikt aan de regels. Ook dit had een reden, beseften we.

Het liet ons meer dan ooit toe om door te dringen tot elkaars kern, tot de diepste vorm van ons zijn – los van het lichamelijke. Om de diepte in te gaan op een manier die enkel corona ons kon brengen. Daar waar velen doorheen een relatie de ui laag voor laag trachten te pellen om door te dringen tot die kern, kregen wij de kans om al pratend elkaars matroesjka-popjes in elkaar te passen. Beginnend met dat allerkleinste diep vanbinnen. We gaven onszelf helemaal bloot. Niet letterlijk, wel figuurlijk. We praatten heel open en eerlijk. Authenticiteit typeerde ieder gesprek. Vanuit een ongegeneerdheid en diep vertrouwen in elkaar.

“Daar waar velen doorheen een relatie de ui laag voor laag trachten te pellen om door te dringen tot die kern, kregen wij de kans om al pratend elkaars matroesjka-popjes in elkaar te passen.”

We bewandelden al een tijdje eenzelfde pad naar meer bewustzijn. Naar zelfliefde ook. Vandaag is ons hart vervuld van dat laatste. Er zijn geen leegtes meer te vullen. Niet bij haar, niet bij mij. Er is ruimte voor verbinding. Echte verbinding. De liefde kan rijkelijk naar elkaar stromen. Onvoorwaardelijk. Vanuit een sterke onafhankelijkheid. Een soort bevrijdende verbondenheid. Dat voel ik heel fel bij haar. Ze woont een uurtje rijden bij mij vandaan en dat is -zeker in tijden van quarantaine- wat je ‘ver’ zou kunnen noemen. Toch was nog nooit eerder iemand zo dichtbij. In mijn hart. In mijn kern. In mijn zijn.

Vandaag schrijf ik jullie van aan mijn keukentafel. De versoepeling in de corona maatregelen bracht onverwacht een stroomversnelling in ons contact. De bubbel mag uitbreiden. Na een goed gesprek en goede afspraken met mijn ex-vrouw, mogen de nieuwe vrouwen in ons leven deel uitmaken van onze coronaastenkring. Zo reed ik zondag mijn nieuwe leven tegemoet. Onbevreesd. Dankbaar. Zeker. Vertrouwend. Zonder verwachtingen. Wetend.

“Het was de eerste dag van de rest van mijn leven. De dag waarop ik mijn tweelingziel ontmoette. Want dat is ze. Zonder enige twijfel.”

Het was de eerste dag van de rest van mijn leven. De dag waarop ik mijn tweelingziel ontmoette. Want dat is ze. Zonder enige twijfel. Op 10 mei 2020 kwam ik na 37 jaar eindelijk thuis. Bij haar. En in mezelf. Er was geen enkele onwennigheid. Het was geen ontmoeting. Het was een weerzien. Dat voelden we allebei heel sterk. In de kern van ons zijn. Nagenoeg gelijk bij binnenkomst sloot ik haar in mijn armen en voelde hoe mijn lichaam was waar het moest zijn. Hoe elke aanraking mijn puzzel vervolledigde. “Honey, I’m home.” Dàt.

Het was verbluffend om te ervaren hoe alle nervositeit en onwennigheid van een eerste date wegbleef en plaats maakte voor vertrouwdheid. We waren zo op ons gemak bij elkaar. Zo op elkaar ingespeeld ook. In alles. We stonden beiden paf. Dat dit kon. Dat dit zo was. Dat wij zo zijn. Alles voelde zo juist. Zo onnoemlijk juist. Onze lichamen, onze gestalte, het fysieke, de aanraking, de gesprekken, de principes, de gewoontes, de logica, de humor, … ALLES is op elkaar afgestemd. Het lijkt zo evident. En dat is het allerminst. Kijkend in elkaars ogen zagen we de spiegel van onze ziel. Mijn tweelingziel. Ik vond haar. Die ene speld in de hooiberg. Dat zijn we voor elkaar. Zonder de minste twijfel. Buitengewoon gewoon. Beangstigend geruststellend. Smakend naar meer. Vrijdag zie ik haar weer.

Een nieuw hoofdstuk begint. Mijn leven begint. En het is een bestseller. #dankbaar

Tabula Rasa
Verder. Zonder jou
Drempelvrees
Doodzonde
Rouw
Polariteit
Fantoompijn
Annus mirabilis

Jouw mening telt!