Drempelvrees

In de supermarkt heerst schaarste in tijden van overvloed. Lege rekken en schermen van plexiglas scheppen een bevreemdende sfeer. Keuzestress valt weg. Er is wat er is. Al is dat niet veel. En al zeker geen toiletpapier. Een mondmasker duwt een winkelkar mijn richting uit. Twee ogen verraden een lichte paniek, wanneer ik niet onmiddellijk aan de kant ga. Ik maak rechtsomkeer naar de kassa. Weg hier. Thuis op de studio -waar mijn vrouw en ik week om week wonen, zodat onze kinderen kunnen wennen aan de nakende scheiding- plof ik even in de zetel en laat de afgelopen dagen op me inwerken.

Corona. Tot voor kort een sympathiek biertje dat zich liefst laat drinken vergezeld van een fris schijfje limoen op een heerlijk zonnig terras. Vandaag een vies beestje dat ons allen aan de ketting legt. Of hoe het leven toch snel méér dan een kwartslag draaien kan.

Griep zonder grip. © Ivy Pelkmans

Het is 10 april vandaag en de wereld staat nog steeds stil. Massaal. Van Wuhan over Rome en Parijs, tot het marktplein achter de hoek. Van het ene moment op het andere is niets nog wat het lijkt en dient zich een andere standaard aan. We vallen abrupt uit ons gebruikelijke ritme. Evidentie maakt plaats voor fragiliteit en onzekerheid. “Blijf in uw kot.” zegt Maggie. “Wees waakzaam.” zegt Van Ranst. En dat doen we. Allemaal. De lente is in het land. De terrasjes zijn leeg. De Belg zit binnen. Een denkbeeldige enkelband brengt ons hooguit naar de dichtstbijzijnde supermarkt. De fiets voert ons voorzichtig een blokje om. Huisarrest. Voor iedereen. En voor onbepaalde duur.

“Corona. Tot voor kort een sympathiek biertje dat zich liefst laat drinken vergezeld van een fris schijfje limoen op een heerlijk zonnig terras. Vandaag een vies beestje dat ons allen aan de ketting legt.”

Wat een vreemde tijd. Al moet ik eerlijk bekennen dat mijn leven zich de laatste maanden sowieso beperkt heeft tot de kleine gezinsperimeter rondom mij. Mijn twee kinderen. Mijn vrouw. Mezelf. Dat is nu niet anders. En toch. Het virus brengt ons alle vier alsnog een beetje dichter bij elkaar. De verbinding in. Bevreemdend. Want we leven al een poos gescheiden. Deugddoend. Want ik zie hen alledrie nog steeds graag. En pijnlijk. Want mijn vrouw beantwoordt dat laatste al een tijdje niet meer.

Al spoor ik nog wat aarzeling in haar laatste sprint naar de scheiding, toch voel ik aan alles dat zij en ik elk onze eigen weg moeten gaan. Als de liefde overvloedig naar een ander stroomt, dan is weinig opgewassen tegen het grote lek, geslagen in het bootje dat ik varende probeerde te houden.

Er is wel rust en ruimte voor eerlijke conversatie. Nu meer dan ooit. Er is vergeving. En wederzijds begrip. Zachtheid ook. En dankbaarheid. Het afgelopen jaar heeft me in sneltempo gebracht op het punt waar ik nu sta. Echter. Hechter. Vechter. Dagen van hoop en wanhoop, overtuiging, angst, zelfontplooiing, verlangen, verdriet, boosheid, vergeving… en uiteindelijk ook meer en meer berusting. En levenskracht. Een lange weg, die ik weldra alleen zal verderzetten. En niet eenzaam. Ik luister naar de zachte stem van mijn ziel. Ze brengt rust.

“Als de liefde overvloedig naar een ander stroomt, dan is weinig opgewassen tegen het grote lek, geslagen in het bootje dat ik varende probeerde te houden.”

Ik heb vertrouwen in wat is. Ook tijdens deze sowieso al turbulente tijden. Het is een ongekende periode, die we de rest van ons leven zullen meedragen. En het valt me op hoe ieder van ons meer en meer de weg naar binnen lijkt te vinden. De drempel over. Onzekerheid, angst en onrust… Het mag er allemaal zijn. En tegelijkertijd is het een goede oefening in loslaten. In aanvaarden wat is. In wennen aan een leven in ambiguïteit. Het verplicht ons om naar onszelf te kijken. Echt te kijken. Niet haastig in de drukte van elke dag. Maar echt de tijd te nemen om te voelen wat in ons leeft. Wat we nodig hebben. Wat belangrijk voor ons is. Wat we koesteren… en missen. Het is geen evidente periode en alsnog voert positiviteit bij mij de boventoon.

Want hoewel de hele crisis me ook zorgen baart (Hoe lang nog? Wat is dit? Wat met het onderwijs? De economie? De ouderen en zwakkeren? De minder bevoorrechten? Wanneer zullen we ons leven weer oppikken?), voel ik tegelijkertijd een diepe vorm van dankbaarheid. Ik heb momenteel geen werk en mijn mijn vrouw is dankbaar voor de extra hulp die ik bied bij de opvang van de kinderen. Dankbaarheid dus voor deze unieke kans om in zekere zin alsnog wat vaker samen te zijn. Bevreemdend. Verwarrend ook. En geen toeval. Ook dit is nodig.

“Hier zitten we dan. Allemaal. Elk in onze eigen cocon van huis, tuin en keuken. Alleen, of omgeven door een beperkte kring van coronaasten.”

Hier zitten we dan. Allemaal. Elk in onze eigen cocon van huis, tuin en keuken. Alleen, of omgeven door een beperkte kring van coronaasten. Handen wassend. Mondmaskers makend. Sociaal afstand nemend. Samen de curve afvlakkend. We laten de wagen aan de kant en zoeken meer dan ooit de digitale snelweg op. Zoekend naar verbinding (of in dit geval ver-binding) met het leven en de mensen daarbuiten. Voorzichtig ademend in ons eigen vacuüm. Zwevend in het luchtledige tussen gisteren en morgen. In de gewichtloosheid van het ‘nu’. Niet wetend waar we landen. Wanneer. En hoe.

Met collectieve drempelvrees. Om naar buiten te gaan (Waar kan ik nog heen? Tot waar mag ik gaan? Hoe groot is het risico?). En ook -en misschien nog meer- om naar binnen te gaan. Want covid-19 kijkt dwars door onze ziel. Vertraagt. Legt bloot. Doet naar binnen keren. Stilstaan. Willens nillens. We zoeken met zijn allen een nieuwe cadans. Een nieuwe standaard in afwijkende tijden. Het leven lijkt in stop motion te gaan. Het is stilstaan en tegelijk vooruit gaan. En in zekere zin doet dat deugd. Het proeft bitterzoet en smaakt alsnog naar meer. Het moet anders. Het kàn anders. We doen het anders.

“Het leven lijkt in stop motion te gaan. Het is stilstaan en tegelijk vooruit gaan. En in zekere zin doet dat deugd. Het proeft bitterzoet en smaakt alsnog naar meer.”

Ik voel ook dankbaarheid om de schoonheid die ik zie, dwars door de ziekenhuisopnames en statistieken door. Ik zie mensen vertragen, tot zichzelf komen, dàt doen wat al zo lang vooruitgeschoven wordt. Met zijn allen stappen we uit de dagelijkse sleur en uit onze comfortzone. Confronterend? Zeker. Een blijvende impact nalatend? Ik hoop het. Nu we elkaar niet meer mogen opzoeken, drijft het gevoel van samenhorigheid meer dan ooit aan het opper- vlak. Het wakkert een enorme creativiteit aan en daar hou ik wel van. Veerkracht. Ook dat is mooi om te zien. Knuffelbeertjes, witte lakens, applaus en gezang. Het brengt warmte in mijn hart.

Er is duidelijk voor altijd een coro-voor en een coro-na. En dat is goed. Laat de evidentie van het alledaagse, zodra deze storm is gaan liggen, niet meer zo vanzelfsprekend aanvoelen. Laat het ons allen een klein beetje wakkerschudden. En blijvend doen vertragen. We staan op de drempel van een heel nieuw hoofdstuk. Laat het ons samen onbevreesd tegemoet stappen. De toekomst in.

Ik sta recht, kleed me om en strik de veters van mijn loopschoenen. Komaan, Ivy. Naar buiten jij.

Tabula Rasa
Verder. Zonder jou
Thuiskomen
Doodzonde
Rouw
Polariteit
Fantoompijn
Annus mirabilis

Jouw mening telt!